Zondag gingen we met z’n allen de bergen in. Tante Charlot, Henk, de kleuter en ik. En de kraxe (framedrager). De regio Prokletije is een prachtig gebied om te hiken. Deze bergen liggen op de grens van Albanië en Kosovo. De toeristen hebben deze plek nog niet ontdekt. Dus geen overvolle parkeerplaatsen en je loopt niet in een mensenstoet de berg op. Wij kozen voor de bergtop Volusnica. Goed te doen voor families stond in de beschrijving. De kleuter had er niet echt zin in. Dus hij zat veelal in de kraxe.

‘Waarom loopt hij niet zelf?’ Vroeg een vrouw die onderweg was met een groep basisschoolkinderen en hun ouders.
‘Joh mens. Wat een goede vraag. Helemaal niet aan gedacht.’ Ik zei het niet.
‘Hij is oud genoeg om zelf te lopen. Wij hebben hier kinderen in de groep lopen die jonger zijn dan hem.’
Één jongen zag ik. Één jongen die misschien twee maand jonger was. De rest was veel ouder. En wat dan nog? In hun hippe outdoor kleding liepen ze vrolijk kletsend de berg op. Alsof ze dit vaker deden. Ze kwamen uit de Franse Alpen.
Ze stelde de vraag nog eens. ‘Hij kan toch gewoon zelf lopen?’
Hij heeft wel stukken zelf gelopen. Toen wisten we hem om te kopen met gedroogde abrikozen en snoep. Daarna ging hij boos op een steen zitten. ‘Mijn benen doen het niet meer. Ik ben echt uitgeput.’ Boos toespreken hielp niet, bemoedigende woorden ook niet. Zelfs voor een abrikoos of een snoepje was hij niet te porren. De kraxe was de enige oplossing om hem de berg op te krijgen.
‘Hij wil niet zelf lopen.’ Was mijn antwoord. Ze trok haar Franse wenkbrauw op.

Zodra we het bos uitliepen, kwamen we uit op een prachtige vallei. Hier hadden we geweldig uitzicht op de pieken van de Karanfili. Deze grijze bergtoppen steken indrukwekkend af tegen de groene vallei. We liepen verkeerd en er ontstond een donderwolk. Niet alleen boven de kraxe. Op ons hoogtepunt maakten we nog snel wat foto’s en liepen toen dezelfde weg weer terug.

Bij het restaurant bleef het precies lang genoeg droog om nog even te springen op de trampoline en te glijden van de glijbaan. Nu was het een Belg. ‘Amai. Moest de gij met uwen ouders de berg op? Volgens mij ga jij liever van een schuif af of trampolinen.’ Toen begon het te onweren.




