Altijd wat te doen, weekend weg

Dag 2: Kleur bekennen | van zwarte stenen naar pastelkleurige gevels

Zaterdag 4 april – Stille Zaterdag

Wij waren een weekend in de buurt van Keulen. Fietsen en wandelschoenen mee. We waren toe aan wat kleur. De lente is begonnen. Dus dat zou goed moeten komen.

De Dom van Keulen

Vandaag gingen we een vinkje zetten op Henk zijn bucketlist: de Dom van Keulen bezoeken. Een bouwwerk waar maar liefst 632 jaar aan is gezwoegd. De fundering moest 16 meter diep de aarde in om het bouwwerk van 160.000 ton te kunnen dragen. In de zuidelijke toren hangt de ‘Dicker Pitter’, de grootste vrijzwaaiende klok ter wereld. Alleen de klepel weegt al 600 kilo. Een metalen reus die zich bijna nooit mag laten horen, omdat de trillingen de toren zouden doen barsten.

In een gouden kist achter het altaar liggen de botten van de drie wijzen uit het oosten. In de middeleeuwen wilde iedere pelgrim een glimp opvangen van dit heilige goud. Dit verklaart de enorme omvang van de kerk. Al die duizenden pelgrims moesten tegelijkertijd naar binnen kunnen.  

De Kölner Dom. Hij is nu zwart. Door de vervuiling en zure regen. Maar als je goed kijkt tussen de roetvegen door, zie je zijn ware kleur: eigenlijk is hij grijswit. ‘Ze mogen die wel eens poetsen.’ Vond Lucas.

Na het eten van een paashaasbroodje op de trappen van de Dom, lieten we het zwart-wit achter ons. We gingen op zoek naar de beroemde regenboog aan de Rijn: de Fischmarkt.

Fischmarkt

Deze kleurrijke huizen worden ook wel Stapelhäuser genoemd. Ze vertellen het verhaal van het stapelrecht. De stad vond dit recht geweldig, de schippers vonden het irritant. Vanaf 1259 was elke schipper op de Rijn verplicht zijn schip hier aan de kade te leggen en alle goederen drie dagen lang in deze huisjes op te stapelen. De inwoners van Keulen kregen zo de eerste keus uit de beste producten voor de scherpste prijs. Na drie dagen, mocht de rest weer aan boord. Een heel gedoe, en kostenpost, voor de schippers, maar ontsnappen was onmogelijk; de stad had zware kettingen over de rivier gespannen en de kanonnen stonden op scherp.

‘Mama welke kleur vind jij het mooist?’ vroeg Lucas terwijl we voor de bekende gevels stonden?

‘Ik vind geel het mooist,’ antwoorde ik.

‘Nee, die heb ik al gekozen.’

‘Dan ga ik voor roze.’

‘En papa, jij houdt van de lichtblauwe toch?’

Deze pastelkleuren zijn eigenlijk een modern verzinsel. Precies om de reden gedaan, waarom wij hier staan. Toeristen lokken. In de middeleeuwen waren deze huizen een stuk soberder: rauwe baksteen, wit pleisterwerk en stoer vakwerk. Pas in de jaren ’80 kreeg de stad deze kleurrijke ‘make-over’ om toeristen te verleiden. Maar achter die vrolijke verf schuilt een treurig verhaal. In de oorlog werd het houtwerk aan de binnenkant dichtgestuct, waardoor het hout stikte. Schimmel en vretende houtrot waren het gevolg. Het groene en het oranje huis zijn inmiddels zelfs afgebroken; alleen de begane grond houdt nog dapper stand. Er is nu een flinke discussie gaande: de architect wil terug naar de sobere, middeleeuwse kleuren, maar de inwoners van Keulen willen hun pastelletjes houden. ‘Eigenlijk vind ik oranje toch het mooist, besloot Lucas. ‘En ik groen!’

Kabelbaan naar Rheinpark

Om de stad van een andere kant te bekijken, stapten we bij de Kölner Zoo in de kabelbaan. Een overblijfsel uit 1957, ooit gebouwd voor een bloemententoonstelling. Het was de bedoeling dat de gondels daarna weer zouden verdwijnen, maar de Keulenaars werden verliefd op het uitzicht en weigerden de kabelbaan te laten gaan.

Zwevend boven de Rijn gleden we richting het Rheinpark. Eenmaal weer met beide benen op de grond, werden we getrakteerd op de mooiste lentekleuren: prachtige bloeiende bomen en perken vol bloemen. Lucas had alleen maar oog voor de Kleinbahn. Hoewel die minitrein een klein vermogen kostte, was de glimlach van Lucas onbetaalbaar terwijl we door het park tuften.

We eindigden de ochtend in de zon bij de speeltuin. Terwijl Lucas als een volleerd klimmer de weg naar de top van de glijbaan zocht, genoten Henk en ik van een bratwurst. De lente is er, en ze smaakt heerlijk!

Ehrenfeld

We sloten deze dag af in de meest creatieve en hippe wijk van Keulen: Ehrenfeld. Waar vroeger de rokende schoorstenen van fabrieken en arbeidershuizen het straatbeeld bepaalden, vind je nu een explosie van kleur. De ouder arbeiderswijk is veranderd in een kleurrijke wijk met street art, hippe koffietentjes en boetiekjes.

Overal waar je kijkt, op metershoge muren, onder grauwe bruggen, op metrokasten en zelfs op de stoep, zie je kunstwerken. Onze missie? Het vinden van de beroemde Dürer-Hase, gemaakt door de bekende street art arties Huami.

Een toevallige voorbijganger merkte op dat hij het geen ‘gezellige haas’ vond. En eerlijk is eerlijk: dat is het ook niet. De haas van Albrecht Dürer, hij maakte het origineel, was destijds een natuurgetrouwe studie van een ontlede haas. Rauw.

Terwijl wij de details van de haas bekeken, keek Lucas eens goed om zich heen. ‘Ik vind het geen mooie paashaas. Ik vind die bloemen mooier.’

Previous Post

You Might Also Like