Altijd wat te doen, weekend weg

Dag 1: Kleur bekennen | Van grijs gravel naar vlammend oranje

Vrijdag 3 april – Goede Vrijdag

Wij waren het Paasweekend in de buurt van Keulen. Fietsen en wandelschoenen mee. We waren toe aan wat kleur. De lente is begonnen. Dus dat zou goed moeten komen.

Voor de eerste dag had ik een fietstocht uitgezet rondom de Rursee. De foto’s beloofden een azuurblauw meer tussen weelderige, groene heuvels, maar de werkelijkheid was bij de start nogal… grijs. We fietsten over een gravelpad tussen kale bomen en kille rotsen. Geen spatje bloesem te bekennen. De lucht was grauw, de wind maakte het koud. Zet mij in een donker bos en Henk in de kou, en je hebt de slechtste combinatie denkbaar.

Alleen Lucas merkte er niks van; na 5 kilometer toverde hij een bankje om tot een luidruchtige bouwplaats voor zijn auto’s. Henk en ik zaten er zwijgend en chagrijnig naast, starend naar onze telefoons die totaal geen bereik hadden. ‘Kom,’ zei ik vastberaden, ‘we fietsen de andere kant op. Daar zijn open velden en een kasteel.’ Onze tocht ging van Heimbach naar Nideggen.

En ja het gebeurde. De hemel trok zowaar een klein beetje open. ‘Kijk, een streepje blauw!’ riep ik enthousiast. ‘Mama, jij houdt toch helemaal niet van de kleur blauw?’ vroeg Lucas verbaasd. ‘Nee, dat klopt, behalve als het de lucht is!’

Tussen Heimbach en Nideggen.

Niet alleen de zon maakte dat we het warm kregen. Die heuvels bleken pittiger dan gedacht. Terwijl we met een slakkengangetje van 5 km per uur in de laagste versnelling omhoog zwoegden, vlogen we er met 35 km per uur aan de andere kant weer vanaf. ‘Whoooow mama! Wij zijn Hot Wheels! Volgens mij komen er vlammen uit mijn Croozer!’

Eindelijk kreeg het glooiende landschap kleur. Iedere bloesemboom werd met een juichkreet aangewezen. ‘Kijk mama, die vind jij zo mooi toch?’ Lucas had gelijk. Terwijl de rest van de bomen nog in diepe winterslaap leek, gaven deze bomen de wereld een roze blos.

Burcht Nideggen

‘Welke kleur bloesem vind jij het mooist?’ vroeg hij. ‘Ik denk roze,’ antwoordde ik, ‘en jij?’ ‘Welke kleuren zijn er?’ ‘Wit, roze en geel.’ ‘Dan vind ik oranje het mooist!’ riep hij eigenwijs, precies op het moment dat we langs een struik vol vlammende oranje bloemen fietsten.

Het kasteel in Nideggen lag er prachtig bij in het gouden middaglicht dat door de grote ramen naar buiten scheen. We eindigden de dag met ons vakantie spelletje ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’. De kleur was wit. Het antwoord? ‘IJS!’

Steppen in Heimbach

Previous Post Next Post

You Might Also Like